Steenwijkse Annemarijn de Boer in proefschrift: 'Opsporen van hart- en vaatziekten kan efficiënter'

Annemarijn de Boer. eigen foto

Annemarijn de Boer, opgegroeid in Steenwijk, is 16 september gepromoveerd in het Academiegebouw in Utrecht. De afgelopen drie jaar heeft ze onderzoek gedaan naar het opsporen van hart- en vaatziekten en risicofactoren voor hart- en vaatziekten bij het UMC Utrecht -Julius centrum voor gezondheidswetenschappen en eerstelijnsgeneeskunde gefinancieerd door de Hartstichting.

Dit heeft geresulteerd in haar proefschrift ‘Detection of cardiovascular disease and cardiovascular risk factors in a changing world’ of ‘Opsporing van cardiovasculaire ziekten en cardiovaculaire risicofactoren in een veranderende wereld’.

„De afgelopen 40 jaar is er veel veranderd in Nederland op het gebied van gezondheidszorg. We zijn er beter in geworden om op een acuut moment hart- en vaatziekten te behandelen, en we zijn ons er meer van bewust dat door op onze gezondheid te letten, ziekten voorkomen kunnen worden. En dit is niet zonder effect geweest”, vertelt ze. „Waar in 1980 140 Nederlanders per dag overleden aan een hart- of vaatziekte, is dit nu gedaald tot 100 Nederlanders per dag. Ook al is er veel verbeterd, nog steeds zijn hart- en vaatziekten doodsoorzaak nummer 2 in Nederland.”

Hart- en vaatziekten opsporen met de kennis van nu

Hart- en vaatziekten worden grotendeels voorkomen wanneer de risicofactoren, zoals hoge bloeddruk of hoog cholesterol, op tijd worden opgespoord en behandeld. Wat bij een opsporings- of screeningsprogramma belangrijk is, is dat die mensen worden gemeten die daadwerkelijk kans hebben om de ziekte te hebben. Om een opsporingsprogramma wat efficiënter of effectiever te maken kan je bijvoorbeeld van tevoren bedenken welke groep mensen een grote kans hebben op de ziekte en dan alleen die groep meten. Bijvoorbeeld mensen die al hart- en vaatziekten hebben gehad, hebben een grotere kans op het krijgen van een verwijding van hun grote buikslagader.

Rol voor huisartspraktijk

Annemarijn: „Wanneer deze mensen worden gescreend vind je naar verhouding meer verwijdingen, dan wanneer je geen selectie van tevoren maakt. In het geval van een opsporingsprogramma naar een verhoogd hart- en vaatziekten risico, blijkt dat meer dan driekwart van de mannen ouder dan 40 en vrouwen ouder dan 50, al eens in de vijf jaar een bloeddruk en cholesterol meting krijgen bij de huisarts. Door deze informatie te gebruiken, wordt de groep mensen die je zou willen meten al een stuk kleiner. Daarnaast is bekend vanuit eerder onderzoek dat juist de mensen die een verhoogd hart- vaatrisico hebben, niet komen als je ze uitnodigt voor screening. Een alternatief is om te gaan meten op een plek waar mensen met een mogelijk verhoogd risico uit zichzelf al komen. Een voorbeeld hiervan kan de huisartspraktijk zijn. We weten dat 75% van de inwoners van Nederland in ieder geval 1x per jaar bij de huisarts komt. In een periode van 5 jaar zal dit bijna iedereen zijn. Dit zou dus mogelijk een goede plek kunnen zijn om een meting aan te bieden. Dan is het wél nodig om te investeren in het compleet maken, standaardiseren en accuraat registreren van informatie in elektronische patiëntendossiers in de huisartsenpraktijk.”

Nieuws

Meest gelezen