Torenwachters John Hoogma en Alex Gaastra: 'Fantastisch om het enthousiasme van de bezoekers te zien'

Torenwachters John Hoogma en Alex Gaastra ‘onder de Toren’. Ina Gerding en Hans Hoogma ontbreken. Foto: Sieb van der Laan

De Steenwijker toren gaat weer open voor publiek. Dat betekent dat de vier torenwachters weer ‘aan de bak’ mogen. Twee van de vier vertellen waarom juist dit vrijwilligerswerk hen zo aanspreekt. Rode draad: het feit dat de Grote of St. Clemenstoren een bijzondere toren is, waar veel over te vertellen valt.

John Hoogma: „Als geboren en getogen Steenwijker heb ik natuurlijk altijd al wat gehad met de Steenwijker Toren. Na een afwezigheid van ruim 40 jaar woon ik hier inmiddels al weer vijf jaar. Sterker, nu pal onder de toren. Geen wonder dat ik me aangetrokken voel tot het gilde van Torenwachter.”

Hoogma is al een aantal jaren torenwachter en doet dat met veel genoegen. Het werk van torenwachters bestaat uit het ’s ochtends open maken van de deuren naar de trans op 43 meter hoogte en ’s avonds het weer sluiten daarvan. „In de tussenliggende periode ontvangen we de bezoekers, verstrekken informatie over de toren en adviseren we desgewenst over andere te bezoeken bijzondere plekken in Steenwijk.”

Slechtvalken

‘s Ochtends maken de torenwachters na het openen van de deuren naar de trans een rondje. „Met enige regelmaat vinden we dan wel eens een geringde duivenpoot, restant van een maaltijd van de slechtvalken die van de toren gebruik maken voor een goed zicht op een prooi…”, vertelt Alex Gaastra. „Aan de hand van het ringnummer nemen we contact op met de eigenaar van de duif, om onze vondst te melden. We vertellen ze eerst het goede nieuws: we hebben uw duif gevonden. En dan het slechte nieuws: de duif is overleden. Meestal is de reactie dan: ‘het was toch niet zo’n beste duif’ of ‘slechtvalken moeten ook eten’.”

Fanatieke torenklimmers

Bezoekers komen niet alleen uit Steenwijk en omgeving. Ook oud-inwoners van Steenwijk die bij tijd en wijle een bezoek brengen aan de oude Vestingstad melden zich met enige regelmaat om de toren te beklimmen. „En groepen fanatieke torenklimmers, die elk jaar keuzes maken welke plaatsen met te beklimmen toren ze kunnen bezoeken”, vertelt John Hoogma. „Nee, de Van Rossems hebben we nog niet gezien. Hoewel die natuurlijk van harte welkom zijn.”

‘Zelfs Urk is te zien’

„Het is fantastisch om te zien hoe bezoekers verwachtingsvol de 226 treden van de toren beklimmen en met enthousiaste verhalen over het weidse uitzicht terugkomen”, zegt Alex Gaastra. „Bij helder weer ontwaren bezoekers zelfs de vuilverbrandingsovens in Wijster en de windmolens op Urk. Toch een afstand van hemelsbreed zo’n 30 kilometer. Laat staan dat in de directe omgeving van grote hoogte elk detail van ‘hun’ huis of straat is te zien. En op de Beulaker-, de Belter- en de Bovenwijde een armada van zeilboten en punters zijn te bewonderen.”

Elke woensdag en zaterdag

Wanneer de toren dit jaar kan worden beklommen? „Net als vorig jaar is dat elke woensdag en zaterdag in de maanden juli en augustus tussen 11.00 en 17.00 uur. Daarnaast willen we graag dat de toren ook opengesteld wordt tijdens Kopje Cultuur en andere gedenkwaardige dagen.”

Op 43 meter hoogte kunnen de bezoekers genieten van een prachtig uitzicht over de wijde omgeving van Steenwijk.

Diploma

Kinderen die de toren beklimmen krijgen, als zij op eigen kracht de 226 treden hebben afgelegd, een diploma ondertekend door één van de torenwachters.

Hoewel de coronamaatregelen vrijwel allemaal zijn vervallen heeft de Veiligheidsregio bepaald dat alleen personen die tot één huishouden behoren tegelijk de toren op mogen. Dat betekent dat bezoekers soms even moeten wachten voor zij aan de klim kunnen beginnen.

Nieuws

Meest gelezen