Watertoeristen verblijven graag in hun vaartuig aan het Steenwijkerdiep: 'Open water geeft je een gevoel van vrijheid'

De zon wint na een regenachtige week weer aan kracht. En dat is mooi. Zeker nu voor velen de vakantie aanbreekt, en er vanwege corona vaak wordt gekozen voor vertier in eigen land. En dan is het water mega populair, gezien ook het aantal aangemeerde schepen en bootjes in ons eigen Steenwijkerdiep.

Jan en Caroline Lammertsma aan boord van de Zeearend.

Jan en Caroline Lammertsma aan boord van de Zeearend. Foto: Carolina Linthorst

Een opvallend fraai schip die ‘Zeearend’. „We zijn op vakantie”, zeggen Jan en Caroline Lammertsma. Ze komen uit Friesland, Witmarsum om precies te zijn. „Elk jaar doen we Steenwijk wel even aan.” Wat ze hier zo leuk vinden? „Nou, het is hier geen echte haven, maar wel heel gezellig. De mensen die aan het water wonen zijn vriendelijk. En het park hier achter is prachtig.” De Friezen zijn ook idolaat van de binnenstad van Steenwijk. „Het marktplein is sfeervol, leuk om even wat te drinken op een terras en de winkels zijn top.”

Ze zijn al een aantal dagen onderweg. „Via Ossenzijl naar Heerenveen, en we liggen hier nu twee nachten in de haven. Morgen varen we richting Blokzijl.” Jan en Caroline zijn echte waterliefhebbers. „In coronatijd zijn we ook altijd blijven varen. Open water geeft je een gevoel van vrijheid. Anderhalve meter is geen probleem, en je zit rustig in je eigen bubbel. We toeren graag over de Friese meren, en soms ook het IJsselmeer. Nu lekker vier weken samen weg. De ouders van Caroline waren zeilers, de liefde voor water zit dus in de genen.”

Prachtige Friese klassieker

‘Zeearend’ is een prachtige Friese klassieker. „Gebouwd in Joure. In 1974 om precies te zijn. Dat gebeurde voor meneer de Jong, een directeur van Douwe Egberts.” Het schip ging in de verkoop. „En wij waren vijf jaar geleden op zoek naar een ander vaartuig.” Caroline hakte de knoop door. „Moet je zien wat voor een fantastisch aanrecht er in dit schip zit. Daarom zei ik meteen: dit is hem. En toen hebben we dit schip gekocht. De oude bouwtekeningen en rekeningen zijn we ook nog aan boord tegengekomen.”

Het stoere vaartuig droeg aanvankelijk de naam ‘de Freya’, maar is door de twee omgedoopt tot ‘Zeearend’. „Freya was de godin van het water. Jan heeft een zus die Feya heet. ‘Zonder ‘r’ dus. Een hele lieve zus, maar om ons schip nu onbedoeld naar haar te vernoemen ging voor ons een stap te ver”, zegt Jan met een grijns. Als schippers heb je uiteraard ook te maken met bruggen. „De hoogte van ons schip is 2.55 meter. Dat maakt het redelijk eenvoudig om bijna overal te komen.”

Met de sloep op reis

Maarten Hacfoort uit Schaijk zit rustig voor zijn boot ‘Constanca’ een pijpje te roken. Een fraaie sloep, en ook Maarten is met zijn vrouw op vakantie. „Die sloep hebben we vorig jaar gekocht. We zijn nu twee weken onderweg. Door Friesland, Balk, Lemmer, en we liggen nu dus in Steenwijk. Voor de allereerste keer, nooit eerder hier geweest. Daarom gaan we vanavond het centrum even bekijken.” Met een boot kun je de wereld op een wat andere manier verkennen. „Laten we wel zijn, met een auto sjees je hier zo voorbij.”

En genieten doen ze zeker. „Oh, ja. We kenden de regio hier niet, maar zijn ook al met de boot door de Weerribben gevaren.” Overnachten in de haven van Steenwijk en morgen weer verder. „Richting de IJssel, we denken aan Doesburg, Deventer, en Zutphen. Ook willen we nog naar Kampen, Harderwijk en Elburg.” Ze hebben nog een weekje. „Daarna weer aan de arbeid, maar nu eerst nog even plezier maken.” De ‘Constanca’ is een tweedehandsje. „We hebben de sloep in Duitsland gekocht. De naam van het vaartuig hebben we maar zo gelaten.”

‘Nat pak en een wespensteek’

Het is niet de dag van Gerben Tromp, zo blijkt. Hij stapt aan het Steenwijkerdiep van zijn racefiets, waar zijn vrouw Carla op hem staat te wachten. Hun boot is gedoopt als ‘Dieze’. Gerben reageert vol ongeloof. „Heeft het hier echt niet geregend?” Hij heeft zelf de volle laag gehad ter hoogte van Havelterberg, en alsof dat nog niet erg genoeg is heeft een wesp hem ook nog gestoken. „Welkom in Steenwijk”, zo wordt er lachend opgemerkt.

Onderweg heeft Gerben nog even bij de voormalige Johan van den Kornputkazerne gekeken. „Daar was ik vroeger militair. De gebouwen waar we verbleven staan er nog. Verder allemaal huizen, best bijzonder hoor.” De omgeving is dus niet helemaal onbekend terrein? „Nee, zeker niet. Ook niet voor Carla. Haar ouders hadden vroeger een huisje in Wapse.” Ze hebben nog een paar dagen vakantie, en wonen in Schagen. „Alles bij elkaar zijn we dan ruim een week weggeweest. We zijn vandaag vanuit Joure naar Steenwijk gevaren. Morgen naar Ossenzijl, en dan gaan we weer huiswaarts.”