Bloemen voor de corsowagen: ‘Het is een bult rekenwerk’

Aron Driesen van corsogroep Forza uit Sint Jansklooster doet de berekeningen voor de bloemen die nodig zijn voor de wagen.

In het voorjaar geven alle corsogroepen van Sint Jansklooster een eerste schatting door aan de corso-organisatie van het aantal dahlia’s dat nodig is voor hun creatie. Begin augustus wordt dit dan omgezet in een definitieve lijst aan de bloemencommissie.

In deze lijst staat niet op de komma nauwkeurig hoeveel bloemen je van elk soort nodig hebt, maar wel om hoeveel kisten het gaat. Aron Driesen van corsogroep Forza legt uit hoe dit allemaal in zijn werk gaat. „Die schatting in het voorjaar maak je aan de hand van de maquette. Het komt dan allemaal nog niet zo nauw hoor, daarom heet het ook een schatting.”


Nattevingerwerk

Voordat je kunt berekenen hoeveel bloemen er op een wagen gaan, moet je eerst de oppervlakte van de wagen weten. Het berekenen van de oppervlakte van de wagen gebeurt aan de hand van de maquette. De oppervlakte bereken je meestal door de lengte te vermenigvuldigen met de breedte, maar hier is dat toch anders, legt Driesen uit. „Je moet de lengte en hoogte van de maquette hebben en daarna moet je er weer delen afhalen wat wel lastig is. Op een wagen zitten allemaal rondingen, hoekjes, ditjes en datjes en daar moet je allemaal rekening mee houden. Alles apart berekenen is niet te doen, dus het is een beetje nattevingerwerk.”

Als er dan een schatting is gemaakt van de totale oppervlakte van de maquette, moet de daadwerkelijke oppervlakte nog berekend worden. Dit wordt gedaan met de schaal van de maquette. Stel de maquette is gebouwd met een schaal van één op tien, dan wordt twee centimeter op de maquette twintig centimeter in het echt. En zo wordt de oppervlakte van de maquette ook omgerekend naar het daadwerkelijke oppervlak.


Factor 0,8

Als de oppervlakte van de verschillende delen van de corsowagen bij benadering berekend is, is het de kunst om dat om te rekenen naar het aantal bloemen dat nodig is. Daarvoor is een trucje. „Waar je ongeveer vanuit kan gaan is dat je het aantal vierkante meters door 0,8 moet delen en de uitkomst daarvan is het aantal kisten dahlia’s dat je ongeveer nodig hebt.” Het getal 0,8 komt van het percentage dat van een kist gebruikt wordt op die oppervlakte. Dat is ongeveer 80%. Hoeveel bloemen er in een kist gaan, is afhankelijk van het soort dahlia. Aron Driesen: „Je hebt grote dahlia’s, zoals de Arabische Nachten en kleine, zoals de White Aster. Van een grote soort gaan er ongeveer 350 bloemen in een kist en van de kleine soorten zijn dat er ongeveer 500.”


Opdelen in objecten

Begin augustus wordt de wagen nogmaals opgemeten om na te gaan of de eerdere schatting nog klopt. „Dat opmeten doe ik altijd per object”, legt Driesen uit. „Als je de onderkant van de wagen ziet, zijn dat allemaal blokken en dat is makkelijk opmeten. De rest van de wagen is een grote stier en die verdeel je in objecten, hoofd, staart, voorste deel lichaam, achterste deel lichaam en de poten. Al die onderdelen ga je dan langs met de rolmaat om de vierkante meters te berekenen. Hier komt nog wel wat inzicht bij kijken, want onze stier heeft allemaal ronde stukken en verdikkingen en daar gaan meer bloemen op.” Gevoel en inzicht bepalen de uiteindelijke berekening. „Alles helemaal precies nameten is te veel werk, dan ben ik een week bezig.”


Verschillende kleuren

Als het totaalaantal bloemen is berekend, rest het bepalen van welke kleuren en soorten dahlia’s er nodig zijn voor de wagen. Van elke dahliasoort moet het aantal kisten duidelijk worden. „Neem bijvoorbeeld weer die blokken onderaan. Die zijn over het algemeen oranje, maar die pijl is geel met wit. Ik denk dan bij mezelf: van het onderste stuk is ongeveer 30% geel en 10% wit. Dit percentage haal je dan van het totaal van de oranje bloemen af en je zet het neer bij geel en wit.”

Ook Forza heeft haar eigen bloemenland en daar maken ze dan ook veel gebruik van. „De jongens van het bloemenland geven aan hoeveel kisten dahlia’s ze per soort van het eigen veld kunnen afhalen en dat kan ik dan aftrekken van de definitieve lijst.”


Marge

Iedere corsogroep neemt wel een bepaalde marge mee in haar definitieve lijst van het aantal kisten dat ze nodig denken te hebben. De groepen willen er niet te veel, maar ook zeker niet te weinig hebben. „Per jaar kunnen de groottes van de dahlia’s verschillen door het weer of je hebt een knipwerk, waardoor je een deel van de bloem wegknipt. Je bestelt daarom altijd iets meer dan nodig. Maar ook niet te veel, want dat kost onszelf alleen maar geld. Het is een ‘bult’ rekenwerk. We hoeven ons niet te vervelen de komende tijd. We hebben een dikke 200.000 bloemen te verwerken.”

Nieuws

menu