Drie Beltiger binnenvissers lanceren nieuw visserijmerk: Wiedenvis op een presenteerblaadje

Het gezegde dat ‘wat je van ver haalt lekker is’ willen drie beroepsvissers in de Kop van Overijssel logenstraffen met de presentatie van hun nieuwe visserijmerk: De Wiedenvis. Stefan Lok, Wout van de Belt en Jan Piek zijn trots op dit predicaat voor de vis, die zij samen met een aantal organisaties, waaronder de stichting Nationaal Park Weerribben-Wieden en het Platform Duurzame Ambachten, op het schild gaan heffen.

Op het Schutsloterwijde haalt Stefan Lok een aantal fuiken leeg. De vangst gaat in een bassin op de boot.

Op het Schutsloterwijde haalt Stefan Lok een aantal fuiken leeg. De vangst gaat in een bassin op de boot. Foto: René Wiegmink

„We willen onder meer restaurants bewuster maken van de mogelijkheid om verse vis dicht bij huis te halen”, zegt Lok (43). „En het gaat om een duurzaam product. De paling bijvoorbeeld die wij hier uitzetten voldoet aan het ESF-keurmerk. Het Eel Stewardship Fund is opgericht om activiteiten te financieren die bijdragen aan het herstel van de palingstand in de Europese binnenwateren. En natuurlijk proberen wij met de promotie van de Wiedenvis ook onze inkomenspositie te verbeteren”, bekent de bebaarde visser uit Belt-Schutsloot.

Regionaal merk

Want van de visserij alleen zou Lok niet kunnen bestaan. Samen met zijn broer Harold runt hij het familiebedrijf dat ook inkomsten verwerft uit de rietteelt, natuurbeheer, agrarische dienstverlening en visserijonderzoek. Met de andere twee beroepsvissers wordt er gevist in een gebied in De Wieden van zo’n 3500 hectare. De ongeveer 1200 hectare van Lok ligt tussen Zwartsluis en Blauwe Hand en Sint Jansklooster en ten zuiden van de Veneweg (Wanneperveen) met ook nog een deel van de Beulakerwijde.

De oprichting van een regionaal merk is al eerder in Friesland in gang gezet. Daar brengen veertien binnenvissers onder de naam Fryske Fisker ‘verse en verantwoorde vis’ op de markt zoals paling (Wylde Fryske lel), snoekbaars, wolhandkrab en zeelt. Deze Friese vissers streven naar duurzaam beheer van de visstand en de palingstand in het bijzonder. Sinds 1919 toen er nog zo’n driehonderd vissers waren in de Kop van Overijssel wordt de palingstand in De Wieden kunstmatig op peil gehouden. De komst van gemaal Stroink bij Blokzijl zorgde ervoor dat de paling het afgesloten gebied niet uit kon om te paren. Daarom zetten de vissers jaarlijks zelf duizenden glasaaltjes uit, die ze later weer hopen te vangen.

Het aankopen van de glasaal doen de vissers zelf om de palingstand op peil te houden. Lok zegt voor wat de instroom van jonge paling betreft zijn hoop ook te hebben gevestigd op de aanleg van een vispassage in de Afsluitdijk. „We hopen daardoor weer op een vrije migratie van de paling van de Waddenzee naar het IJsselmeer”, zegt Lok. De zogeheten vismigratierivier komt bij het Friese Kornwerderzand en de werkzaamheden worden over vier jaar afgerond.

Schoonste water

Volgens Lok is de visstand in de Wieden ‘uitstekend’ en het water in het gebied staat bekend als een van de schoonste in ons land. De Wiedenvis betreft alle vissoorten die in het gebied voorkomen zoals snoek, snoekbaars, zeelt, baars, brasem en rivierkreeft. Wat de laatste betreft wordt de vraag naar deze rode Amerikaanse rivierkreeft steeds groter. Lok levert het exotische diertje aan onder meer De Librije in Zwolle en De Lindenhof in Giethoorn. „Aan de Lindenhof leveren wij ook snoek, omdat men in dit restaurant meer Nederlandse zoetwatervis op de menukaart wilde hebben”, licht Lok toe.

Een groot deel van de vangst gaat verder naar de groothandel en naar particulieren. De vis wordt niet alleen gevangen voor menselijke consumptie, maar soorten als snoek, brasem, zeelt en karper worden ook gevangen om elders als pootvis weer te worden uitgezet.

Geen sterfhuisconstructie meer

Over de toekomst van de binnenvisserij is Lok niet somber. „Er is een door natuurlijk verloop en de regelgeving vanuit de overheid jarenlang sprake geweest van een teruggang in het aantal vissers. Bij de beroepsvissers was op een gegeven moment sprake van een soort sterfhuisconstructie. Dat hield in dat wanneer er een stopte het viswater werd verdeeld onder de andere vissers. Er kwam geen vervanger. Dat is anders geworden, er wordt nu gezocht naar een vervanger. Ik heb begrepen dat er in Friesland al veel belangstelling is voor de (beroeps)visserij.”

Stoffel Lok, de vader van Stefan, pakte in de jaren tachtig van de vorige eeuw het eeuwenoude ambacht op nadat hij eerst werkzaam was in de bouw. Van jongs af aan werden Stefan en zijn broer Harold door hun vader en opa’s meegenomen naar de rietlanden en het water om de fijne kneepjes van het vak te leren. „Zo werden we enthousiast over het werken in de natuur en zijn we het bedrijf ingerold en hebben dit later overgenomen”, legt Lok uit.

De visser uit Belt-Schutsloot voelt zich senang op het water en in de natuur. „Het is de strijd die je voert met de elementen, het inspelen op de verschillende weersomstandigheden en te proberen op het juiste moment op de juiste plek te zijn. Maar bij het vissen komt ook een stukje spanning kijken, je bent toch ook steeds benieuwd wat er in de netten zit.”