Familie Reinink schafte nieuwe Beulakerpunter aan; subsidie van 5.000 euro gaf extra zetje voor aankoop: 'Een punter heb je voor je leven'

Klassieke houten punters horen op de Gieterse wateren, maar tegenwoordig zie je vooral polyester en aluminium boten in de dorpsgracht. Op zich niets mis mee, maar om ervoor te zorgen dat weer meer houten punters in de vaart komen en het beroep van punterbouwer in stand blijft, is er nu een subsidie van € 5.000,- beschikbaar om mensen een steuntje in de rug te geven om er eentje aan te schaffen.

Henk Wildeboer werkt aan de punter van Rob en Elly Reinink: 'Ik werk op intuïtie, op gevoel. Tekeningen heb ik niet nodig.'

Henk Wildeboer werkt aan de punter van Rob en Elly Reinink: 'Ik werk op intuïtie, op gevoel. Tekeningen heb ik niet nodig.' Foto: Martijn Bijzitter

‘Dat heeft ons zeker geholpen bij de beslissing om te gaan voor een nieuwe punter’, vertelt Rob Reinink (60) uit Wanneperveen, sinds kort samen met echtgenote Elly trotse eigenaar van de ‘Via Torba’ (Italiaans voor Veneweg, de straat waar ze wonen). ‘Deze boot heb je voor je leven’.

‘Past bij dit gebied’

Vorig jaar verhuisden ze van Meppel naar Wanneperveen. Een mooie plek aan het water en bij het wonen aan het water hoort een boot, vinden zij, en dat het liefst een authentieke punter. ‘We hadden een sloep, maar die had teveel diepgang voor de sloten waar we doorheen wilden. Bovendien is een punter een prachtige authentieke boot van eikenhout, die past bij dit gebied met rietgedekte boerderijtjes en houten bruggetjes. Dat sprak ons aan’.

Nog twee punterbouwers over

Henk Wildeboer en Jan Schreur uit Giethoorn zijn de laatste punterbouwers in Nederland. In vroeger tijden waren er maar liefst een kleine 20 van dit soort werfjes, bloeiende ambachtelijke bedrijfjes, maar die tijd is voorbij. Wie de film Fanfare heeft gezien weet welke prominente rol de punter in vroeger tijden speelde. Immers vrijwel al het vervoer ging over water. Bij veevervoer, verhuizingen, trouwerijen en begrafenissen speelde de punter dankzij de geringe diepgang een voorname rol.

Familiebedrijf

Van al die bedrijfjes bleven er maar twee over. Punterwerf Wildeboer is daar een van. Thomas Vos legde rond 1890 de basis voor het huidige bedrijf.

Door de eeuwen heen is de werf in handen van vader op (schoon)zoon overgegaan. Inclusief het vakmanschap, de technieken en de liefde voor de punter. Sinds 1933 worden de punters gemaakt op de huidige locatie van de werf aan de Beulakerweg. Oprichter Vos’ achterkleinzoon Henk Wildeboer nam het bedrijf in 1990 van zijn vader over. Samen met echtgenote Yvonne sloeg hij nieuwe wegen in.

Man van weinig woorden

Aan de waterkant verrees een moderne werf. Een werf van nu, met de sfeer van toen. In de werkplaats ruikt het naar nat hout en teer. Hier brengt Henk Wildeboer heel wat uurtjes door. Hij is een man van weinig woorden: ‘Ik doe het op intuïtie, op gevoel, tekeningen heb ik niet nodig. Goed kijken en bijschaven’. Het probleem is dat punterbouwen geen vak is dat je op school kunt leren. Het ambacht wordt van vader op zoon overgebracht. Hij maakt gebruik van mallen, die zijn grootvader al gebruikte. Na zes keer lakken is de punter klaar.

Rob en Elly Reinink bestelden hun boot half maart en vorige maand was hij klaar. „We hebben bewust gekozen voor een Beulakermeerpunter, omdat die meer ruimte biedt en op grote meren met flink wat golfslag kan varen”, legt Rob uit.

Schitterende eeuwenoude vorm

Waar zijn voorliefde voor de punter vandaan komt? ‘Als klein kind kwam ik veel in Giethoorn, bij mijn oom en tante, en met hun punter gingen we regelmatig het Molengat op. De schitterende eeuwenoude vorm en de natuurlijke materialen spreekt ons nog steeds aan, het is hét vaartuig dat hier in dit gebied hoort’.

Het was mooi om de punter van nul af aan te zien opbouwen. „Ik probeerde wekelijks even langs te gaan, zodat je stapje voor stapje ziet hoe de bouw vordert. Het leuke is dat het een uniek exemplaar is, echt voor jou gebouwd”.

‘We kunnen komen op plekken die voor anderen niet bereikbaar zijn’

Ze zijn er al verschillende keren mee het water op geweest en hij vaart heerlijk. „Minder diep dan de boot die we hadden, zodat ons vaargebied vergroot is. We kunnen komen op plekken die voor anderen niet bereikbaar zijn. Hij is heel wendbaar en sturen is gemakkelijk. Het is geen luxe sloep, we hebben bewust gekozen voor houten banken (wel met kussentjes!). Het is tenslotte van origine een werkboot”. Mochten ze er op termijn mee willen zeilen dan is dat ook mogelijk.

Sommige mensen zijn huiverig voor het onderhoud van een houten boot. „Het onderste deel is voorzien van een epoxy beschermingslaag, dus je hebt er net zoveel onderhoud aan als aan een polyester sloep’” zegt Rob. Er is ook een boom bij geleverd, zodat er als het echt ondiep wordt en de buitenboordmotor niet gebruikt kan worden, ouderwets gepunterd kan worden. „Dit is onze vierde boot: na een zeiljachtje en twee sloepen is dit wel de meest karakteristieke boot. Een boot voor altijd”.