Natuurbeheerders uit vijf landen en vertegenwoordigers van universiteiten uit Engeland, Ierland en Frankrijk zijn onder de indruk van De Wieden. 'Graven van petgaten is typisch Nederlands'

De internationale delegatie was onder de indruk van de petgaten in het natuurgebied. Foto: Natuurmonumenten

Natuurbeheerders uit vijf landen en vertegenwoordigers van de universiteiten van Galway, Manchester en Orleans bezochten afgelopen week De Wieden. Ze bekeken locaties waar oude petgaten zijn open gegraven en de vooroever waarin het vrijkomende materiaal is verwerkt. Dat project is onderdeel van een Europees onderzoek genaamd Care-Peat, dat zicht richt op veenherstel.

Het project in De Wieden is om meerdere redenen uniek, vertelt Arnoud Popping van Natuurmonumenten. „Graven van petgaten is typisch Nederlands. Nergens anders wordt op deze schaal aan de natuurkwaliteit en het behouden van een landschap gewerkt. Alleen die petgaten vinden buitenlandse natuurbeheerders al heel interessant”, aldus Popping.

De organisatie werkte de afgelopen jaren bovendien aan een bijzonder project. Natuurmonumenten groef een kleine tien hectare aan dichtgegroeide petgaten weer open en verwerkte het vrijkomende materiaal in een vooroever in de Beulakerwijde. „Ons werk is altijd gericht op het versterken van de biodiversiteit. Met dit project onderzoeken we of we tegelijkertijd een bijdrage aan het klimaat kunnen leveren”, legt Popping uit.

Metingen

Normaal gesproken komt bij het graven van petgaten namelijk CO2 vrij. Dat is vermoedelijk niet het geval als het vrijkomende materiaal onder water wordt getransporteerd en verwerkt. De drie betrokken universiteiten uit Engeland, Ierland en Frankrijk onderzoeken die gedachte. „Ze hebben de afgelopen twee jaar vijf metingen verricht. Daarbij meten ze heel nauwkeurig de samenstelling van de lucht. Dat doen ze bij onze werkzaamheden en op andere locaties in De Wieden, zodat ze uiteindelijk conclusies kunnen trekken.”

Popping verwacht dat de resultaten van dat onderzoek komend voorjaar bekend zijn. Dat moet Natuurmonumenten dan waardevolle informatie opleveren. „Mocht er inderdaad minder CO2 in de atmosfeer terecht komen, dan kunnen we deze werkwijze ook elders in Nederland toepassen. Bovendien is dit onderzoek ook interessant voor onze Europese partners binnen Care-Peat”, zegt Popping.

Natuurmonumenten werkt binnen dat project niet alleen samen met de drie universiteiten, maar ook met natuurbeheerders en andere kennisinstellingen uit België, Engeland, Frankrijk en Ierland. Samen werken ze aan het herstellen van veengebieden in de vijf landen. Centraal daarbij staat het opslaan van koolstof in de veenbodem, zodat die niet vrijkomt in de atmosfeer. Bovendien wordt aan herstel van veenbodems gewerkt zodat die in de toekomst nog meer koolstof op kunnen slaan. Het project in De Wieden is daarvan dus een goed voorbeeld.

Nieuws

menu