Politie Steenwijkerland is blij met aangekondigde lachgasverbod: 'Topscorer wat betreft rijden onder invloed'

De politie van Steenwijkerland zit niet al te ruim in zijn jasje. „Met minder mensen kun je minder doen, en moet je je ambitieniveau bijstellen”, zegt teamchef van politie Steenwijkerland Laura Gosewisch. De vraag hoeveel politiemensen Steenwijkerland tekort komt is volgens de teamchef lastig te beantwoorden.

Korpschef Laura Gosewisch is blij dat de roep om meer politie door burgemeester Rob Bats wordt aangekaart in Den Haag.

Korpschef Laura Gosewisch is blij dat de roep om meer politie door burgemeester Rob Bats wordt aangekaart in Den Haag. Foto: Martijn Bijzitter

Ze is wel blij dat de roep om meer politie door burgemeester Rob Bats wordt aangekaart in Den Haag. Gebrek aan voldoende helpende handen kan meerdere oorzaken hebben. „Zo komen de gevolgen van veel bezuinigingen in de zorg vroeg of laat bij ons terecht.” Bij verwarde personen wordt de politie vaker ingeschakeld, omdat die zeven dagen per week 24 uur per dag bereikbaar is. „En de transitie bij jeugdzorg is er ook een voorbeeld van. Verder hebben wij als politie ook te maken met nieuwe regels rond het arbeidsrecht. Ook bij ons korps hebben wij, om zomaar eens iets te noemen, op dit moment bijvoorbeeld vijf mannelijke collega’s die gebruik mogen maken van geboorteverlof.”

‘Aanpak van lachgas’

Sinds vorige week is er sprake van een lachgasverbod in Steenwijkerland. De gemeenteraad gaf hiervoor groen licht, en het verbod wordt opgenomen in de APV. „Gebruik van lachgas komt ook hier voor in het verkeer en op feesten en partijen. We zijn blij met het verbod, omdat voor ons als politie handhaving een stuk eenvoudiger is geworden.” Bij het blazen na een aanrijding zie je vaak al aan de pupillen van de ogen welke kant het op gaat. „Die pupillen zijn dan klein. We zijn hier best wel topscorer bij het rijden onder invloed van alcohol en drugs. Soms is bij ongevallen sprake van zwaar letsel. Dat we alcohol en drugsgebruik in het verkeer vaak constateren heeft er ook wel mee te maken dat we er stevig op inzetten. Meer controle betekent dan automatisch dat er sprake is van meer gesignaleerde gevallen.”

De afgelopen weken kwamen er bij de politie ook met enige regelmaat meldingen binnen van overlast door jeugd. „Dat heeft ook wel te maken met het mooie weer. Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de verschillende jeugdgroepen in onze gemeente. De bevindingen worden gedeeld met de gemeente. Er zijn geen jongeren gesignaleerd die zich met ernstige vergrijpen bezighouden, wel is er hier en daar sprake van hinderlijk gedrag.” Als gevolg van de coronaregels is de tolerantiegrens soms wat lager. „En dan speelt ook wel de vraag wat precies als overlast aangemerkt moet worden? Lawaai, of dat jeugd onvoldoende afstand houdt? Dat laatste is soms ook wel lastig, omdat dit op school niet meer hoeft, maar buiten de school wel. Kan verwarrend werken.”

‘Ingreep bij keetfeest’

De versoepeling van de coronaregels heeft in sommige steden geleid tot incidenten. Er waren plaatsen waar mensen om tien uur ’s avonds door wilden feesten terwijl de horeca moest sluiten. „Dat soort incidenten hebben we hier niet gehad. In de weekenden zijn er wel extra controles geweest, maar is niets geconstateerd wat niet mocht. We kregen wel melding van een keetfeest met te veel bezoekers, in totaal veertig. Daar zijn we naartoe gegaan, en in overleg met de organisatoren is het feestje stopgezet.”

De politie werkt samen met de gemeente aan een project om een vinger te krijgen achter ongewenste zaken, zoals hennepteelt, op bedrijventerreinen en andere locaties. „Dat gebeurt vaak in panden niet al te ver van de snelweg. En ook wel in panden die enigszins aan het oog onttrokken worden. Er is een eerste aanzet gemaakt met het opstellen van een lijst van mogelijke verdachte panden die bij de gemeente ligt. Daarmee in de hand gaan wijkagenten en boa’s aan de slag, oftewel een kijkje nemen en hier en daar een praatje maken.”

Woning en bedrijfsinbraken

In de eerste weken na de versoepeling van de coronaregels was Overijssel één van de grootste stijgers wat betreft het aantal woning en bedrijfsinbraken. ‘De stijging is in sommige gemeenten vrij fors, maar hier valt het mee. Tenminste als je het vergelijkt met de periode van voor corona.’ In januari en februari werd er vanuit Steenwijkerland geen enkele keer aangifte gedaan van woning of bedrijfsinbraak. Daarna was daar wel sprake van. „Eind maart ging het om drie gevallen. Twee keer diefstal uit een schuur, en een keer uit een woning. In april was er een diefstal uit een bedrijf en in mei waren er twee gevallen, een diefstal uit een school en een schuur. Dat is relatief gezien vrij weinig.” De buit bestond opvallend vaak uit gereedschap. Verder is er een geluidsbox, installatie en bouwmateriaal, en een buitenboordmotor gestolen.