De kanonskogels op de heide.

Schaapsherder vindt kanonskogels op heide bij Havelte. Komen ze inderdaad uit de zeventiende eeuw?

De kanonskogels op de heide. Eigen foto

Schaapsherder Jelle Kootstra heeft op de heide in Havelte in een kuil acht ijzeren kanonskogels gevonden.

De kogels lagen aan een eeuwenoud zandpad. Kootstra doet met zijn metaaldetector wel vaker vondsten, meestal gerelateerd aan bombardementen op het Duitse vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog. Het gebied staat vooral bekend door alle blindgangers uit die periode, maar kogels van een nog oudere oorlog zijn nieuw.

,,Het stond altijd om mijn lijstje van voorwerpen die ik nog eens hoopte te vinden”, zo zegt Kootstra, die plannen heeft voor een museum ergens bij de schaapskooi. Daar wil hij alle vondsten uit dat gebied onderbrengen. De kanonskogels komen daar dus ook in, net als een handvol musketkogels uit dezelfde periode.

Schaapsherder zit niet te wachten op schatgravers

Hij vond al eens eerder musketkogels bij de regelmatig belegerde vestingstad Steenwijk. Kootstra is terughoudend om precies te zeggen waar op de Havelter heide hij de kanonskogels heeft gevonden. Hij zit niet te wachten op schatgravers. ,,Maar het was vroeger een nat gebied en het pad zie ik ook op eeuwenoude kaarten.”

Mogelijk is er een relatie met de opgravingen die juist nu langs de Linde onder Oldeholtpade worden gedaan. Die verwijzen naar de strijd in vooral 1672 en 1673 van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tegen de Munsterse troepen, die versterkt werden door Franse soldaten.

Hun meest vooruitgeschoven bastion was Steenwijk. De Linde en de Tjonger vormden toen al 100 jaar een waterlinie, met schansen bij Kuinre, Slijkenburg, De Blesse en Oldeberkoop.

Brief aan prins Maurits

Op 24 augustus vond een aanval plaats door duizenden soldaten, die weliswaar de Linde over wisten te komen, maar na een zware westerstorm vanwege de enorme stijging van het opgezweepte rivierwater het hazenpad namen terug naar Steenwijk. Onderweg verdronken tientallen soldaten tussen de Blesse en Wolvega.

Uit briefwisselingen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden valt op te maken waar de aanvallers zich voor de grote aanval verzamelden.

Zo is er een brief van Peter Budde, de burgemeester van Meppel, aan prins Maurits. Een kapitein van de vijand had ‘vertrouwender wyse’ aan mevrouw Budde gezegd, dat de troepen zouden kamperen op de Havelter heide voor de aanval op Friesland, wat ook daadwerkelijk is gebeurd.

Maurits schatte dat het ging om 8000 tot 9000 soldaten. Dat waren troepen van de bisschoppen van Keulen en Munster, maar dus ook Fransen ruiters uit Utrecht en de infanterie uit Hasselt en Steenwijk. Al deze troepen legerden rond de Havelterberg voor de grote aanval op Friesland.

Allerlei kalibers

Archeoloog Andre Pleszynski denkt dat er wellicht een tijdelijke geschutplaats was op de plek van de kanonskogels, die bij het begin van de aanval in allerhaast is verlaten. Over de kogels van 5,2 kilo valt weinig te zeggen. ‘Het vervelende van kanonnen in die periode is, dat die allerlei kalibers hadden en ook door troepen werden buitgemaakt en gebruikt.’

Daardoor tast Pleszynski ook in het duister over een kanonskogel, die hij nu zelf heeft gevonden bij het uitgraven van een oude meander van de Linde. Die lag midden in de oude rivierarm. Maar of verdedigers of aanvallers die hebben afgevuurd zal wel nooit duidelijk worden. Het graaft op de plek waar de overgang van de rivier bij een sluis in de Linde werd verdedigd.

Daar heeft hij nu ook de eerste musketkogel gevonden. Eerder kwamen er o.a. pieken, restanten van een zwaard en een groot mes uit de grond tevoorschijn.