Wagenbouwers wakkeren hartstocht voor Dahliafestival Vollenhove aan: ‘Het corsovuur moet blijven branden’

De wagenbouwers van het Dahliafestival in Vollenhove hebben het er in het afgelopen half jaar allemaal moeilijk mee gehad. Het vermaledijde coronavirus wist van geen wijken en dreigde voor het tweede jaar opnieuw het fameuze bloemencorso te verzieken. De onzekerheid over het al dan niet doorgaan van de traditionele dahliaparade was dan ook niet bevorderlijk voor het enthousiasme van de wagenbouwers.

In de Vlasschuur wordt hard gewerkt om de wagen op tijd af te hebben voor het corso.

In de Vlasschuur wordt hard gewerkt om de wagen op tijd af te hebben voor het corso. Foto: René Wiegmink

De animo voor het jaarlijkse evenement zakte langzaam weg nadat de editie van 2020 door de pandemie werd geveld. En juist het succes van het corso wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hartstocht van heel Vollenhove voor het evenement. Twee jaar lang geen majestueus bloemenfestijn zou de geestdrift alleen maar verder temperen en geen goed doen aan de massale bereidheid van de bevolking om een steentje bij te dragen aan de organisatie van het corso.

Rick Smit van de wagenbouwersgroep ’t Jakan voelde die dreiging van het wegebben van die begeestering, en de mogelijke gevolgen voor de toekomst van het corso, feilloos aan. „Als het langer zou duren zou het enthousiasme nog verder wegzakken. We moeten het vuurtje wel brandend zien te houden”, benadrukt Smit in het dagelijks leven marechaussee op de nationale luchthaven Schiphol. Hij hecht in dat verband meer waarde aan het in stand houden van een levende traditie dan aan het winnen van een prijs op het corso. „Daar zijn wij niet zo mee bezig”, bekent Smit. Hij is al lang blij dat het enthousiasme na die inzinking weer langzaam terug is gekomen.

Tekst gaat onder foto’s verder



Goedgemutst

Het geloof in de voortgang van de Vollenhoofse tocht der tochten komt ook terug in de wagen van Twee Nijenhuizen. ‘Goed Gemutst’ is het thema, dat is uitgewerkt met een levensgrote hoed op de wagen, waaronder bezoekers zaterdag de gelegenheid krijgen een ‘selfie’ te maken. „We hebben een rot periode gehad, een jaar waarin we niets hebben gedaan. Daarom wilden we nu wat leuks neerzetten en zijn hierop uitgekomen”, zegt Herwin Groen van de wagenbouwersgroep die in een schuur aan de rand van Vollenhove (Oppen Swolle) de laatste hand legt aan de goedgemutste creatie.

Twee jaar niets kunnen beginnen is Groen evenmin in de koude kleren gaan zitten. „Probeer de boel dan maar weer eens aan te slingeren”, verzucht hij. Ook de onzekerheid over wat nu wel en niet kon knaagde aan Groen. „Daarover is heel veel en lang vergaderd.” Hij is zeer te spreken over de inbreng en betrokkenheid van de jeugd bij de opbouw van de wagens. „Voor de corona was er al een hoop jeugd bijgekomen. Mooi hoor zoveel jongeren, het houdt de groep levendig en ze willen graag bouwen. Ach, eigenlijk blijft de hele stad ermee bezig. We zijn trots op wat we elk jaar neergezet hebben.”

Tekst gaat onder foto verder



Jeugd bouwt eigen wagen

Stark Wark woordvoerder Kevin Lassche noemt het proces rond de voorbereiding van het dahliafestival in de huidige vorm ‘heel omslachtig’. „Begin dit jaar leek het er even op dat het corso normaal door zou kunnen gaan, maar daarna werd het steeds weer anders tot wat het nu is geworden. Daardoor moesten we veel overleggen en regelen, vooral in de laatste weken. Liever had ik een gewoon corso gehad zonder al die regels. Zoals het zaterdag gaat, is ook nieuw voor ons.” Stark Wark begon in mei met de bouw van Old Uilenborgh met een knipoog naar het landgoed Old Ruitenborgh. „Toen wisten wij nog steeds niet of het corso door zou gaan. Dat maakt je onzeker, je weet niet waar je aan toe bent, maar de mensen kregen toch weer zin aan het bouwen van een wagen. Het enthousiasme is weer terug en zelfs zo groot dat de jeugd nu zelf naast onze creatie een eigen wagen bouwt”, meldt Lassche terloops.

Hij zegt al 32 jaar actief betrokken te zijn bij de opbouw van het corso. „Het merendeel van de wagenbouwers is nog jong. De ouderen geven het op een gegeven moment uit handen, maar het corso loslaten blijft voor hen lastig.” De wagenbouwersgroep Stark Wark telt zo’n 90 leden.

Tekst gaat onder foto’s verder


‘Vor ig jaa r dachten we: dit nooit weer’

„Het opstarten ging wat moeilijk, we zijn laat op gang gekomen”, kijkt Marcel Zandbergen van Fatal Attraction terug op de hectiek van het afgelopen half jaar. „Maar we zijn blij dat we weer wat kunnen doen. Vorig jaar dachten we na het afblazen van het corso: dit nooit weer.”

Fatal Attraction is de ultieme hoofdprijzenpakker van het corso in de afgelopen jaren. Of de groep dit jaar de ‘concurrenten’ opnieuw de loef afsteekt wordt morgen bekend, maar ook daarmee zijn ze in De Vlasschuur niet mee bezig. En van concurrentie wil Zandbergen ook niets weten. „Nee, dat zijn we niet hoor, het corso maken we samen, we helpen mekaar altijd. Voor het ‘normale’ corso ontwerp ik bijvoorbeeld ook voor andere groepen, zoals De Vereniging, waarmee wij hier in De Vlasschuur al 20 jaar samen bouwen”, zegt Zandbergen. Concurrentie is volgens hem iets uit een ver verleden. „Heel vroeger kreeg je van de wagenbouwers niets te zien.” Zelfs de ramen van de schuur waarin werd gebouwd werden met kranten afgeplakt, zodat je niet naar binnen kon gluren.

Tekst gaat onder foto’s verder



Spartaanse krijger

De jeugd heeft bij de keuze voor een ontwerp volgens Zandbergen een grote inbreng gehad. Het is een Spartaanse krijger geworden waarvoor de jongeren meteen enthousiast waren. „Het enthousiasme is groot, maar we hebben er ook twee jaar op moeten wachten. Het corso is toch een manier van leven hè? Het zit in de genen. Mijn vader deed het ook al en zat in het bestuur. Mijn dochter van zeven is lyrisch over het corso en helpt al mee met papier plakken op de wagen”, zegt Zandbergen. Fatal Attraction is er ook nog in geslaagd om voor de opbouw van de corsotent nieuw materiaal aan te schaffen. Via een relatie in Almere wisten ze steigers op de kop te tikken in Azië. Zo werd er enige tijd geleden een container met dit bouwmateriaal uit China bij de Vlasschuur afgeleverd.

Rick Smit van ’t Jakan zegt de gezelligheid van de voorgaande edities wel te hebben gemist. Hij hoopt dan ook vurig dat er volgend jaar weer een normaal corso kan worden gehouden. „We kunnen nu tenminste lekker weer een wagen bouwen, dat is zeker niet minder leuk en de gezelligheid is er ook weer.” Als de traditionele optocht was doorgegaan had het ’t Jakan voor het thema ‘Op stoom’ gekozen. Dat bewaren ze nu voor een volgende editie. Vanwege de beperkingen, zoals een kleinere wagen, wordt de wagen nu opgebouwd rond een ‘Wolf in schaapskleren’.