Zeshonderd nieuwe inwoners van Steenwijkerland op ontdekkingstocht in hun nieuwe gemeente

Zeshonderd nieuwe inwoners van Steenwijkerland verzamelden zich zaterdag in de Grote Kerk in Steenwijk. Daar werden ze welkom geheten door burgemeester Rob Bats. Foto: Wilbert Bijzitter

De Grote kerk in Steenwijk zat zaterdagochtend vol met nieuwe inwoners van de gemeente Steenwijkerland. Maar liefst zeshonderd verse Steenwijkerlanders hadden zich ingeschreven voor de Dag van de nieuwkomer.

Zij werden ’s morgens ontvangen in de kerk met koffie en wat lekkers. Na een welkomstwoord van burgemeester Rob Bats gingen de nieuwe inwoners op pad in hun nieuwe gemeente. Voor deze dag was een aantal excursies georganiseerd naar mooie en interessante plaatsen door heel Steenwijkerland. Alle excursies waren volgeboekt. Er was voor elk wat wils.

Er was een museumbezoek aan het Gildenhuys in Blokzijl waar een gids mensen meenam door de straten van het stadje. Voor de kinderen was daar een puzzeltocht uitgezet. Uiteraard waren er ook excursies naar de prachtige natuur in de gemeente. Vanuit het bezoekerscentrum De Wieden bij Sint Jansklooster was er de wandeling over het drijvende vlonderpad en de beklimming van de watertoren, dwars door het waterreservoir. Helemaal boven in de toren hadden de bezoekers een fantastisch uitzicht over De Wieden. De excursie vanuit Ossenzijl ging ook de Weerribben-Wieden in, met een rondvaartboot. Tijdens de tocht vertelde de schipper over bijzondere natuurgebied aan de nieuwkomers.

Ook in Steenwijk konden de nieuwe inwoners op ontdekkingstocht, op eigen houtje of onder begeleiding van een stadsgids. Die nam hen mee door het historische centrum van de stad en vertelde over de roerige geschiedenis van Steenwijk. Speciaal voor de Dag van de Nieuwkomer was Villa Rams Woerthe open, de Steenwijker Toren, het stadsmuseum, de brandweerkazerne en gemeentehuis. Daar was onder andere het archief open.

Zo kon er ook een kijkje genomen worden bij de punterwerf van de familie Schreur in Giethoorn en het riettelersbedrijf van familie De Dood in Nederland. Zowel bij het riettelersbedrijf als bij de punterwerf is innovatie belangrijk, al ademt de werf ook historie met de mooie houten punter.

„De koude wind gooide wel wat roet in het eten, het was best wel fris”, zegt Johan de Dood achteraf. De bezoekers aan het bedrijf van hem en zijn echtgenote Yfke gingen het veld in om te zien waar het riet wordt geteeld en naar de schuur om te zien wat er met het riet wordt gedaan na de oogst. Daar legde Johan uit over de verwerking, het drogen en hoe het riet in bossen wordt opgebonden tot een bundel die naar de riethandelaar gaat. De rietteler heeft een eigen visie op hoe je als bedrijf met een traditioneel product duurzaam en innovatief te werk gaat. Zo wordt restafval van de rietteelt niet verbrand. Op de vraag van een van de bezoekers legt hij uit dat het een herbestemming krijgt door in blokken geperst te worden die onder meer gebruikt kunnen worden bij de aanleg van taluds.

Ook bij de punterwerf van de familie Schreur konden de nieuwe inwoners een rondvaart doen door Giethoorn en een bezoek brengen aan de twee werkplaatsen van de punterbouwers. Vol belangstelling luisterden de bezoekers naar Jeroen Schreur, bij de glimmend gelakte houten punter. Die is op traditionele wijze gebouwd, al maken ze op de werf ook modernere versies en doen ze ook het onderhoud aan verschillende boten. „Het is altijd leuk om aan zo’n geïnteresseerde groep te vertellen over de punters”, zegt Jeroen. De mooie gelakte punter heeft na het bezoek nog wel een extra laagje lak nodig. „Zo’n glimmende punter nodigt uit tot aanraken”, zegt hij lachend, „dus er zitten wat vingers in de lak.”

Nieuws

menu